Contenu de sensagent

  • définitions
  • synonymes
  • antonymes
  • encyclopédie

Lettris

Lettris est un jeu de lettres gravitationnelles proche de Tetris. Chaque lettre qui apparaît descend ; il faut placer les lettres de telle manière que des mots se forment (gauche, droit, haut et bas) et que de la place soit libérée.

boggle

Il s'agit en 3 minutes de trouver le plus grand nombre de mots possibles de trois lettres et plus dans une grille de 16 lettres. Il est aussi possible de jouer avec la grille de 25 cases. Les lettres doivent être adjacentes et les mots les plus longs sont les meilleurs. Participer au concours et enregistrer votre nom dans la liste de meilleurs joueurs ! Jouer

Dictionnaire de la langue française
Principales Références

La plupart des définitions du français sont proposées par SenseGates et comportent un approfondissement avec Littré et plusieurs auteurs techniques spécialisés.
Le dictionnaire des synonymes est surtout dérivé du dictionnaire intégral (TID).
L'encyclopédie française bénéficie de la licence Wikipedia (GNU).

Traduction

Changer la langue cible pour obtenir des traductions.
Astuce: parcourir les champs sémantiques du dictionnaire analogique en plusieurs langues pour mieux apprendre avec sensagent.

Dernières recherches dans le dictionnaire :

calculé en 0.016s


 » 

dictionnaire analogique

contact, voelingcontact - affirmeren, bevestigen, confirmeren, geconfirmeerdaffirm, confirm, corroborate, substantiate, support, sustain - in contact komencommunicate, intercommunicate - overbrengencommunicate, pass, pass along, pass on, put across, put across/over - bemiddelen, contact leggen/onderhouden, een goed woordje doen, intercederenarbitrate, intercede, intermediate, liaise, mediate - afdingen, afpingelen, dingen, marchanderen, negotiëren, onderhandelen, pingelen, sluitennegociate, negotiate, talk terms - overhalen, overtuigenconvert, convince, win over - aanmoedigenencourage - in de rede vallen, onderbreken, tussenbeide komen, zichbarge in, barge in on, break in, break in on, butt in, chime in, chip in, chisel in, cut in, cut in on, hear out, heckle, interrupt, put in - afkeuren, afvriezen, afwijzen, desapproberen, desavoueren, diskwalificeren, smalen, verachten, versmadendisdain, freeze off, pooh-pooh, reject, scorn, spurn, turn down - instemmen, toestemmenaccept, consent, go for - achteruitkrabbelen, terugkrabbelen, uittredenback away, back out, crawfish, crawfish out, pull back, pull in one's horns, retreat, withdraw - afschaffen, afschrijven, annuleren, breken, delgen, herroepen, opheffen, tenietdoen, terugtrekkenabrogate, annul, countermand, lift, overrule, overturn, quash, repeal, rescind, reverse, revoke, vacate - instemmenaccede, acquiesce, assent - bediscussiëren, bepraten, bespreken, bomen, discussiëren, discuteren, disputeren, doornemen, doorpraten, nababbelen, nakaarten, napraten, parlementeren, redekavelen, redetwisten, twistendiscuss, hash out, talk over - aandringen, aanhouden, insistereninsist, take a firm stand - aantonen, demonstreren, de werking tonen van, openbaren, voordoenattest, certify, demonstrate, evidence, manifest - terechtwijzen, vermanenadmonish, reprove - kastijden, louteren, tuchtigencastigate, chasten, chastise, correct, discipline, mortify, objurgate - berispenbrush down, tell off - kwalijk nemen, verwijtenblame, reproach, upbraid - update - draaienbeat around the bush, equivocate, palter, prevaricate, tergiversate - verdraaien, vertekenen, verwringendistort, falsify, garble, pervert, twist, warp - depreciëren, geringschatten, minachten, neerkijken, neerzien, spugenbelittle, disparage, pick at - chicaneren, haarkloven, hakken, miereneuken, muggenziften, muggeziften, vitten, vitten op, ziftencarp at, cavil at, niggle, nitpick - belasteren, kritiseren, kwaadspreken, lasteren, zwartmakenasperse, belittle, besmirch, blacken s.o.'s good name, calumniate, cast aspersions on, defame, denigrate, depreciate, disparage, libel, run down, slander, smear, smirch, sully - belasteren, kwaadsprekenrail, revile, vilify, vituperate - ophemelen, prediken, preken, uitbundig prijzen, uitdragen, verheerlijken, verkondigenaggrandise, aggrandize, exalt, extol, glorify, idolize, laud, praise, proclaim - kleinerenbelittle, denigrate, derogate, minimize - bekampen, bestrijden, betwistenimpugn - uitdagen, wrakenchallenge, dispute, gainsay - in overweging geven, voorleggengive to consider, give to think about, present, propound, submit - confereren, doktersvisite, visiteconsult - bewierokenadulate, incense - flemen, flikflooien, gatlikken, kontlikken, kruipen, meepraten, slijmen, strooplikkenbrown-nose, butter up - behandelen, verdedigen, voorstaandefend, fend for, support - inleiden, introduceren, kennis laten maken met, presenteren, voorstellenacquaint, introduce, present - voorstellenpresent - zeggenbid, wish - roddelen, roddelen overbackbite, bitch, gossip about - aftands, beklagen, betreuren, bewenen, jammeren, lamenteren, reclameren, rouwen, weeklagen, zeikenbe/feel sorry for, bemoan, be sorry about, be sorry for, bewail, deplore, lament, regret, weep for, weep over - afroepen, exclameren, uitroepen, uitschreeuwencall out, cry, cry out, exclaim, outcry, shout - razen, schreeuwen, tierenshout out, vociferate - verdraaienconvolute, pervert, sophisticate, twist, twist around - duiden, expliciteren, preciseren, toelichten, verdietsen, verduidelijken, verhelderen, verklarenclarify, clear up, elucidate - noteren, opnoemenlist, name - aim - expliciteren, in detail uitwerken, preciseren, toelichten, verdietsen, verduidelijken, verhelderendilate, elaborate, enlarge, expand, expatiate, exposit, expound, flesh out, lucubrate - aanstellen, acteren, bestikken, dramatiseren, komediespelen, spekken, toneelspelenaggrandise, aggrandize, blow up, dramatise, dramatize, embellish, embroider, lard, pad - bestempelen, betitelen, karakteriseren, kenmerken, kenschetsen, kentekenen, kwalificeren, stempelen, tekenen, typerencharacterise, characterize, qualify - definia arendefine - echoën, herformuleren, herhalen, nagaan, naspreken, navertellen, nazeggen, nog eens zeggen, oververtellen, repeterengo over, ingeminate, iterate, reiterate, repeat, restate, retell, run over, say after, say again - uitsprekenarticulate, enunciate, vocalise, vocalize - formuleren, onder woorden brengen, verwoordenarticulate, formulate, give voice, phrase, word - confirm, reassert - aantonen, bewijzen, getuigen, getuigen van, hardmaken, stavenbear witness, evidence, prove, show, testify - aanvoeren, naar voren brengenabduce, adduce, advance, cite, put forward - opmerkenmention, note, observe, remark - specialiserenparticularise, particularize, specialise, specialize, specify - aankaarten, aansnijden, aanzwengelen, beginnen, entameren, komenbring up, raise - aanroeren, aanstippen, zinspelenadvert, allude, touch - aim, drive, get - toevoegenadd, append, supply - babbelen, brabbelen, kakelen, keuvelen, kleppen, klessebessen, kletsen, kletsmeieren, kouten, kwebbelen, kwekkebekken, kwekken, kwetteren, leuteren, parlevinken, praten, ratelen, rebbelen, rellen, roddelen, snappen, snateren, taterenblabber, blabber on, chaffer, chat, chatter, chew the fat, chitchat, chit-chat, claver, confab, confabulate, gab, gossip, jabber, jaw, natter, prattle, shoot the breeze, talk, tattle, visit - express, state - doorsluizen, kanaliseren, overbrengen, overdragen, overrijdenchannel, channelise, channelize, transfer, transmit, transport - uitnodigenask in, invite - invite, receive, take in - draw - aanhakencome, come in - communiceren, doorgeven, doorvertellencommunicate, convey, transmit - give - aanmelden, inloggenlog in, log-in, log on - combineren, relaterenrelate - het uitzendentransmission - communicatiecommunicating, communication - photojournalism - telefoongesprek, telefoontje, telefoonverbinding, verbindingcall, communication, connection, connexion, line, phone call, telephone call, telephone connection, telephone connexion, telephone conversation - collect-call, gesprek voor rekening van de opgeroepenecollect call, collect phone call, reverse charge call - boordradio, radiocontact, radioverbinding, scheepsontvanger, scheepsradioradio, radiocommunication, wireless - televisietelecasting, television, TV, video - AMAM, amplitude modulation - FM, frequentiemodulatieFM, frequency modulation - lichaamstaalbody language - dialog, dialogue, duologue - colloquium, groepsgesprek, jaarvergadering, kringgesprek, symposion, symposiumconference, group discussion - taaldaad, taalhandeling, taaluiting, uitinglanguage utterance, linguistic utterance, speech act - litanielitany - gedachtenlezen, telepathie, telepatiemind reading, telepathy, thought transference[Domaine]

-